woensdag 14 mei 2014

Zesdegroepers schrijven limericks

Een limerick is een gedicht van vijf regels. De eerste regel eindigt meestal op een plaatsnaam. Een limerick is vaak grappig. Regel twee rijmt op de plaatsnaam. Regel drie is een korte regel. Regel vier is een korte regel die rijmt op regel drie. Regel vijf geef de clou en eindigt ook weer op de plaatsnaam.

De zesdegroepers kregen het schrijven van een limerick vandaag als opdracht. Ze mochten dit alleen doen of in twee- of drietallen. Geen eenvoudige opdracht. Veel plezier met het lezen van de limericks.

Er was een vrouw in Oudenbosch.
Ze had geen hond maar een lieve vos.
De vos was stout.
Hij knaagde op hout.
Tja, ze had hem gevonden in het bos.
Geschreven door Maud.

Er was eens een jongen in Amsterdam.
Die at vaak uit een pan.
Maar o wat een pech.
Zijn pan die liep weg.
Dus pakte hij maar een kan.
Geschreven door Matthew.

Ik was een keer in Assen.
Toen moest ik heel nodig plassen.
Maar ze waren de wc aan het lassen.
Buiten liepen een paar hondenrassen.
En een van die honden was zijn broek aan het wassen.
Geschreven door Nick en Roald.

Er was eens een man uit Rome.
Hij kon niet dromen.
Hij was heel nijdig.
En ook afzijdig.
Toen kon hij bij de dokter komen.
Geschreven door Lisa, Niels en Devin.

Er was eens een jongen die ging naar Parijs.
Maar hij lustte geen ijs.
Hij kreeg een idee.
Maar hij moest naar de plee.
En toen hoorde hij gekrijs.
Geschreven door Senna en Daan.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen